Verhaal over de orgelbouwers
De zoon van Eduard, te weten Georg Heinrich, geboren op 20-02-1770 te Lavelsloh, Hannover en zoon van Heinrich Wilhelm en Christine Charlotte Stammelbach, werrd van beroep orgelbouwer .
Hij leerde dat vak bij Eberhard Berner in Osnabrueck. Hier was Heinrich Gottfried Muegge zijn
collega gezel en latere compagnon.
C.F.A. Naber is de zoon (enig kind?) uit het eerste huwelijk van de vrouw van G.H. Quellhorst. Temeer daar C.F.A. Over G.H. spreekt als over "mijn vader" in twee brieven in het Kerkelijk Archief van de Grote Kerk in Elburg, respectievelijk van 10 oktober 1822 en 13 November 1822 (beide betrekking hebbend op de bouw van het grote orgel in deze kerk).
Een bevestiging van deze veronderstelling (stiefzoon) ligt verscholen in twee bewaarde dagbladadvertenties, opgeslagen bij het "Centraal Bureau voor Genealogie".
Na het overlijden van Georg Heinrich wordt de orgelmakerij voortgezet door Carl Friedrich August Naber, Wilhelm Christian August Quellhorst en Georg Heinrich Wilhelm Quellhorst.
Carl Friedrich August Naber werd in 1797 te Tecklenburg geboren als zoon van Frederik Naber en Wilhelmina Drayer. Hij trouwde met Jannetje Davins Willig en woonde o.a. te Elburg, in het Oosterkwartier 149 waar op 11 juli 1824 hun zoon Frederik Samuel werd geboren.
Het orgel in de Hervormde Kerk in Sliedrecht staat op naam van een zoon van Carl Froedrich deze heeft de voorletters N.A.
Jannetje overleed in Deventer op 31 juli 1837. Naber trouwde daarna met Johanna Jacoba Elisabeth de Bosson, geboren te Woudrichem in 1810. Hij overleed op 23 augustus 1861 te Deventer. De weduwe vertrok op 2 juli 1865 met enige kinderen naar de gemeente Voorst.
De schoonzoon van Naber, van Puffelen zal zijn bedrijf voortzetten en o.a. in Zaltbommel en in de Betuwe werkzaam zijn. De jonge Quellhorst en zijn neef ondernemen nog een mislukte bouw in Purmerend.
Klik op de naam voor een overzicht: